Verhaal Liesbeth Duyf bij herdenking Marm 2026

Dit koffertje, sommigen zullen het herkennen, ja, het KLM-koffertje. Zo een had mijn vader Ane Duyf in de hand toen hij, voor de 2e keer in zijn leven, voet zette op Japanse bodem. Het was 1964, hij kwam met een MISSIE voor de KLM, zijn toenmalige werkgever: de missie was lándingsrechten verwerven. Dit koffertje is nu hier om te tonen hoe wonderlijk een leven kan lopen. Want ruim 20 jaar eerder, dus midden in de oorlog, was hij in de buurt van Nagasaki aan wal gezet als krijgsgevangene, om dwangarbeid te verrichten in een kolenmijn. Vandaag bevat het zijn vijf schriften, in gevangenschap volgeschreven. Het begint als een brief aan zijn vrouw en de toon blijft tot het eind zo alsof zij het morgen zal kunnen lezen.
 
In deze vorm zag ik het voor het eerst, dat was een week na zijn dood in ’94, hij was toen 81 jaar. Toen ik het een tijdje later eens open sloeg op ’31 mei 1944, las ik: "Jouw verjaardag schat. Vanaf de afgelopen nacht 12 uur ben ik al heel dicht bij je. Heb je gefeliciteerd en samen getracht deze dag met jou te vieren. Hoe zou jij je nu voelen? Zo moeilijk voor te stellen liefste, maar toch geloof ik wel dat jij de dag doorkomt met de gedachte aan ons samenzijn volgend jaar!”  
… en sloeg ik het geroerd dicht — deze woorden waren niet voor mij bestemd. Het heeft nog dertig jaar geduurd, voor ik, aangemoedigd door bijeenkomsten als deze, met hulp, de tekst ontcijferde. Vandaag zal ik u, met citaten een indruk geven van zijn oorlogstijd. Zó, dat hopelijk zichtbaar wordt hoe het mogelijk was dat hij er zonder trauma doorheen kwam. 
 
14 Maart 1942 in Bandung: "Nadat zich het treurigste aan Java heeft voltrokken wat maar enigszins denkbaar was - onvoorwaardelijke overgave - zitten we nu hier achter draadversperring.”  
Een week later hebben vrienden elkaar getroffen en schrijft hij: "We hebben ons nauwer verbonden door het stichten van een brood- en koffieclub. Het voornaamste: hoe komen we de dag door – is ook opgelost. We kunnen volkomen op elkaar vertrouwen en voelen ons nog in staat tot grote dingen: gezamenlijk!”  


De gevangenschap heeft impact: "Ik waardeer deze tijd als een die ik nodig heb voor mijn innerlijke vorming. En voel toch wel dat ik na dit alles (geestelijk) heel wat ouder ben geworden dan anders zou zijn gebeurd, in een paar jaar van normaal leven.”  
Met een van de kampregels, je moet je KAAL laten knippen, kun je je stemming tonen "Maar dit wordt veel ontdoken want, je kunt hier je 'pessimistisch' laten knippen, glad-kaal, of ‘optimistisch’, dat is alleen opzij bijgeknipt, dus: rekenend op een spoedig vertrek van hier! Ik behoor bij de laatsten.” 
 
HIJ LIJKT ZICH NOOIT TE VERVELEN:  
"We lezen de beste boeken die wij kunnen krijgen. Er zijn er hier zo’n 2000”  
"Gistermiddag was er een lezing over het samenstel der planeten: zeer interessant. Er komt veel wiskunde bij te pas. Met een wiskundeleraar hebben we nog na kunnen praten over de relativiteitstheorie van Einstein. Dit is onbegrijpelijk moeilijk, maar wel interessant om over te horen. En tot overmaat van geestelijk voer was er gister een concert..” 


Op 5 Augustus 1942 wordt Prinses Irene 3 jaar. Voor de mannen een gelegenheid hun loyaliteit te tonen: "Bij het ochtendappèl hebben we met 5000 man in de houding doodstil gestaan en gesalueerd, iedereen in z’n beste pak en voor deze dag met gepoetste schoenen.”  
Ane betreurt het DAT HIJ GEEN FOTO VAN zijn vrouw bij zich heeft, tracht een PORTRET VAN HAAR te tekenen, krijgt er hulp bij.  
"Jouw portret hangt hier en ik kan maar niet zien wat daar niet goed aan getekend is. Je bent er een schoonheid op.”  
"Met zeven man een fruitslaatje op jouw gezondheid gegeten en jouw verjaardag genoegelijk gevierd! Met na het eten elk een sigaar. Lajos had ervoor vrij genomen.” 
 
PLANNEN + WERK vormen een belangrijk gespreksthema: "Lajos, Harris en ik lopen met plannen rond om Kadjaran te kopen voor onszelf. Om dan ieder te laten zien hoe je een onderneming kunt beheren, het werk goed kunt indelen en hoe je hier van het leven kunt genieten. Misschien ligt Kadjaran straks wel zó in de soep dat Ross Taylor het niet meer aandurft en het wil verkopen.”  
"Harris en ik maken plannen voor een zweefvliegtuig en een zeilboot en Lajos en ik voor een grote zeil-visboot waar jij ook op kan slapen en zo.” 
 
Na anderhalf jaar, in juni ’43 begon de inscheep van "2600 man in een vrachtschuit van ± 3500 ton.”  "..mannetje aan mannetje -géén plaats om te liggen - toen wij aan boord kwamen was na het ruim het dek óók al vol en klommen we met ons 5-en op het uiteinde van een laadboom….De generaals lagen onder in het ruim tussen de soldaten – wij zaten vrij comfortabel met een ruim uitzicht. Van het dek was geen vierkante centimeter te zien. De mensen in het ruim waren wanhopig. De hitte was niet te dragen. Iedereen zat met naakt bovenlijf, stromend van het zweet terwijl aan dek komen verboden was.”
 
"De zee was prachtig en de lucht bij ondergaande zon schitterend en zo zagen we met bloedend hart – ik volkomen dicht bij jou, - Java verdwijnen —" 
"De 2e nacht aan boord was verschrikkelijk: zware regen en wind – wij met ons vijven (Lajos, Boeke de Bruyn, Kapitz en Ingelse) zaten de hele dag op onze laadboom. We passeerden de evenaar en zelden van mijn leven heb ik zoo staan klappertanden.….Er waren heel wat oudere mensen bij die het zwaar hebben gehad. Ondanks alles hebben wij toch wel genoten van die zeereis.” 

Moment in Singapore waarop SCHEIDING van vrienden DREIGT: Ane heeft bacillaire dysenterie, gehád, moet dan ook achterblijven. Alle mannen zijn aangetreden, de namen van wie er met het volgende transport meegaan worden afgeroepen. "’k Voelde me hopeloos joh. Maar bijna was hun groep vol toen ze mij er ook bij plaatsten!! ‘k Maakte een luchtsprong en hoorde hoeraatjes uit de troep. ‘k Was wel erg blij joh. Wat is dat merkwaardig goed terecht gekomen, hè schat! En nu liggen we hier aan boord van een vrij behoorlijke schuit.” Er zijn tientallen van dergelijke transporten. Ze werden na de oorlog de HELL SHIPS genoemd.  


ZWAAR WEER. "Je woei bijna van dek af als je naar de W.C. aan de reling ging. Een van de beide W.C.’s sloeg kapot en los. De keuken sloeg als een kaartenhuis in elkaar en die waren we dus kwijt. Ons laatste katjang idjo-maal sloeg over boord. Thee werd niet meer gekookt, dus geen drinken. De meesten lagen voor lijk. Alle luiken dichtgeslagen met zeil en klemmen. Lajos en ik waren nog fit. De rest was ’t liefst maar dood.” 
MAAR DAN: "Eén scherpe knal en vlak daarna nog eens 2 achter elkaar. ’t Is ongelooflijk joh! Maar ’t waren 3 Amerikaanse vliegtuigen. Eén schip rechts van ons had een flinke treffer.” 

ER BLIJKEN 900 DRENKELINGEN TE ZIJN die nemen ze aan boord. "Stel je voor joh: wij lagen al als sardines en nu nog zoveel man erbij. ’t Begint wel heel hopeloos te worden. Ons eten wordt natuurlijk opgedeeld aan de drenkelingen.”  

IN JAPAN, kamp Fukuoka 8B (21 juni 1944)  
"Liefste, we zien het einde naderen!! …Stel je toch voor joh, nu al een dikke twee jaar als nummer rondlopen, in een rij staan, in het gelid lopen en geslagen worden in je volle gezicht om de geringste reden. Lajos bijvoorbeeld ‘nummerde’ te snel, in de rij staand en kreeg weer eens een reuze flair in het volle gezicht. Maar 'k zal er niet teveel over uitweiden ‘hoe slecht we het hebben’. Ons moreel is nu zó goed dat we al die dingen met gemak nemen. We lachen er nog steeds om.” 
 
SCÈNE OVER HET MIJNWERK (20 aug 1944)  
"Allemaal gitzwart als schoorsteenvegers, kruipend op handen en voeten, in gehurkte of liggende houding een zware pneumatische boor of ander gereedschap in de hand, een schreeuwende Jap erbij die flink toeslaat als je niet hard genoeg werkt. Om de ellende te verhogen spuit een straal water voor kolentransport die je kletsnat en daar loop je dan ±10 uur in rond.  Rust krijg je niet. Alleen een half uur om te eten, waarbij dan meestal nog een Jap komt staan die “speedo- speedo” brult en zegt dat je net zo snel moet eten als zij het doen (schrokken – in 5 minuten klaar)” 
 
15 augustus 1945 (Dat de Japanse Keizer met overgave instemt, weten ze nog niet.) "De gemiddelde gewichtsdaling van het kamp is nu deze maand 4 kg!! … De dokter zegt dat binnen 2 maanden de helft van het kamp af zou knappen.” 


Als op 18 aug ’45 het WILHELMUS voor ’t eerst weer wordt gezongen tijdens dankkerk-dienst: schrijft hij: ”Door diverse klonten in m’n keel kon ik tot m’n spijt niet zo meezingen als ik wilde” 
 
19 september ’45 is het eindelijk zover, ik lees de laatste zin: "Morgen vertrekken we dan liefste, wèg van dit land – voor jou!” 
 
Natuurlijk had hij 20 jaar later dit alles niet vergeten, hij ging voor de KLM naar Tokio, met dat koffertje, maar hij had ook geen rancune.  Komend met een missie, om nieuwe samenwerking op te bouwen, ga je verwerken, waar nodig vergeven. Hij kon het, hij was een volwassen man toen de oorlog begon, deelde het leven intens met kameraden, oefende talen en leerde zelfs Hongaars, dacht van de eerste tot de laatste dag aan zijn grote liefde en behield een rotsvast vertrouwen in de goede afloop… een toekomst met haar, met vrienden, met werk als vrij man. Leve de mens die innerlijk vrij blijft. 
 
Op de vraag van iemand uit het publiek, wat het naar Japan gaan voor mijn moeder betekend heeft, begon ik met de anekdote die ik al voor een andere gelegenheid geschreven had:  
De Zucht van Zus in de Zomer van 1964.  
In Tokio, vertoeft mijn vader al weken als de nieuwe KLM-manager. Met die extra missie: landingsrechten verwerven. Japan, en vooral deze hoofdstad, bereidt zich voor op de Olympische Spelen die in oktober zullen plaatsvinden. Bouwactiviteit alom. Mijn moeder zusje en ik zijn juist aangekomen en voor het eerst in Japan. We lopen een stukje over een gehalveerde stoep, tussen een hek en razend verkeer, dus maar hand in hand. Dan passeren we een straatwerker, zien we een Japanner, van heel dichtbij. Mijn moeders gang stokt even en dan slaakt ze een grommende zucht waar het hele lichaam aan meedoet, dat voel ik.